Afstelling 1:5
!

Inleiding

info afst
!
In de afgelopen 20 jaar hebben wij vaak gehoord: 'welke banden kan ik het beste gebruiken?, welke veren en schokbreker olie?, moet ik mijn auto op toe- of uitspoor zetten?'. Dit zijn vragen die niet simpelweg beantwoord kunnen worden. Tegenwoordig is bijna alles op een auto instelbaar. Een verandering ten gunste van het éne geeft over het algemeen een verslechtering van een ander aspect. Dus je set-up is dus een compromis waarbij je zoveel mogelijk gunstige aspecten probeert te bereiken, die bij jouw rijstijl past. Het heeft geen zin om een afstelling klakkeloos van een andere auto over te nemen. Elke auto is anders en iedereen heeft zijn eigen manier van rijden. Uiteraard is er een basis en daar kun je van uitgaan. Als je dingen verandert, doe dit dan met kleine stapjes. Schrijf desnoods je verandering op en kijk hoe de auto reageert. Verander niet verschillende dingen tegelijk, dan merk je het effect niet. Hier geven we je wat toelichting op een basis setup.

Banden

info afst1
!
alg_info_afst1
Deze zijn te koop in (te) veel varianten. Probeer bij 1 of 2 merken te blijven (Ellegi en PMT). Deze merken hebben hun kwaliteit de laatste jaren bewezen en hebben voldoende compounds om mee te experimenteren. Vooral de profielbanden geven goed grip doordat ze het vuil goed afvoeren. Ze slijten over het algemeen ook harder. Denk erom dat er voor de achterbanden normaal gesproken een zachtere compound wordt gebruikt BV: PMT 15 achter en 30 voor. Breekt je auto achter weg, dan kan je zachtere banden achter plaatsen, of hardere om de voorvelgen. (Uiteraard kun je met de setup van de auto dit ook veranderen bv. met stabilisatoren en veren).

Toe- en uitspoor

info afst2
!
alg_info_afst2
Allereerst zorg je er voor dat de achterwielen iets toespoor hebben (ong. 1-2 graad). Dit wil zeggen, dat als je van de bovenkant op de auto kijkt, de wielen niet evenwijdig aan de lengte-as van het chassis staan. De wielen staan aan de voorkant naar het chassis gericht . Dit geeft de banden het meeste grip en voorkomt dat de auto tijdens het accelereren gaat uitbreken. De voorwielen staan over het algemeen iets naar buiten (uitspoor) ong. 1-2 graad. Dit zorgt ervoor dat auto stabiel blijft. Er zijn er maar weinig die met toespoor op de voorwielen kunnen rijden (terwijl bij dit bij 1:10 en 1:8 modellen wel een goede instelling is). Dit geeft namelijk een zenuwachtig rijgedrag, maar dit is ook weer afhankelijk van de banden en techniek van de rijder. tip: FG heeft een Camber Cauge (FG 8540) en een aluminium Measering bench (FG 8541) waarmee je de toespoor op de achterwielen meten kunt. Tevens kun je doormiddel van een rechte lat, vanaf de achterwielen ook het verschil naar de voorwielen meten. Hierbij pak je een vast punt op het chassis en meet je het aantal millimeters op. Dit moet aan de beide kanten uiteraard gelijk zijn. Tevens is er voor de profi een Adjusting Calibre (FG 4450) waarmee je exact de toe- en inspoor voor en achter instellen kunt.

Camber

info afst3
!
alg_info_afst3
Onze modellen hebben altijd een lichte negatieve camber instelling. Dit wil zeggen dat de wielen aan de bovenkant dichter naar elkaar toe staan dan de onderzijde. Doordat tijdens het nemen van een bocht de zijdelingse kracht de band altijd een beetje vervormd naar positief camber en dus het raakvlak op het asfalt minder wordt, stellen we de banden in op ongeveer 1-1,5 graad negatief camber. Dit resulteert erin dat de band vlak op het asfalt blijft en optimale grip houdt in een bocht. Het beste kun je hier ook weer de instelhoekmeter van FG gebruiken (nr.8540) om de banden exact in te stellen. Let op, teveel negatief camber is ook niet goed. Dit geeft ook grip verlies. Het makkelijkste is de banden in te stellen en een paar ronden te gaan rijden. Kijk nu of de banden mooi vlak slijten. Zie je dat de banden aan de binnenkant teveel slijten dan heb je teveel negatief, zijn ze aan de buitenkant vlakker dan heb je teveel positief.

Stabilisator

info afst4
!
alg_info_afst4
D.m.v.. een stabilisator kun je er voor zorgen dat je auto minder gaat overhellen in de bochten. Dit wil zeggen dat bij het inveren van één wiel de stabilisator druk van dat wiel verplaatst naar het andere wiel en tevens naar de andere as als deze gemonteerd is. Dus een stabi. achter resulteert in meer druk op de voorwielen (meer stuur) en minder grip op de achterwielen. Een stabi voor geeft meer druk op de achterwielen, maar neemt grip (stuur) weg. Conclusie: stabies geven minder grip maar voorkomen het overhellen van de auto.

Bodemspeling

info afst5
!
alg_info_afst5
De rijhoogte van een auto moet zo laag mogelijk zijn, zonder dat het chassis het wegdek raakt. Dit moet ook weer niet te laag zijn, want bij de 1:5 auto's komt ongeveer 80% van de koeling van de motor vanaf de onderkant van het chassis. Denk erom dat de speling voor altijd lager(ongeveer 2-3mm) is dan achter. Dit is in te stellen met de begrenzingschroeven op de draagarmen. Bij de 1:5 modellen is de basis ongeveer 10-12mm speling voor en 12-14mm achter. Tip. D.m.v.. plaatsing van kleine stukjes benzineslang om de schokbrekerassen kun je er ook voor zorgen dat de schokbrekers niet verder in veren dan jij wilt.

Schokbrekers

info afst6
!
alg_info_afst6
De schokbrekers en veren zijn een heel belangrijk deel van je wegligging. Ze absorberen de oneffenheden in het wegdek. Er zijn ongeveer 10 verschillende diktes oliën en een boel verschillende veren van zacht tot hard. Bij een zachte veer hoort dunne olie en bij een harde veer dikke olie, een lichte veer geeft over het algemeen meer grip dan een dikke veer, maar zorgt er ook weer voor dat de auto sneller gaat overhellen en dit remt de auto af. Hierbij zie je ook weer dat je een compromis sluiten moet. Een veel gebruikte combinatie in de 1:5 is rode progressieve veren achter met 3000 olie en paarse veren voor met 5000 olie. Maar dit is wederom een basis combinatie. Doormiddel van experimenteren met andere veren en oliën kan je misschien een veel beter resultaat krijgen.

Front Axle

info csu2
!
alg_info_csu2
Through adjustments on front and rear axle as well as on the shock absorbers the driving performance can be improved further and can also be tuned to the driver individually. Front axle: Our front axles offer various adjusting opportunities and in all versions they result in about the same. A front axle with toe-in causes a very spontaneous initial guidance in curves, a stronger heating of the tires and a higher tire abrasion. A front axle with toe-out causes a slight understeering in curves, less heating of the tires and less abrasion. Toe-in and toe-out can be altered through twisting the track rods M6. You can also change the driving qualities through the trailing effect of the front axle. A higher trailing effect causes a better directional stability. A lower trailing effect makes the model nervous in it’s directional stability and in the curves the model becomes a tendency to oversteer. The trailing effect of the front axle can be changed through pressing the upper wishbones back and the lower wishbones forward (more trailing effect). If you wish less trailing effect press the upper wishbones forwards and the lower wishbones backwards. An uncomplicated and fast adjustment of the trailing effect you achieve
in connection with our adjusting clips Item FG 7100.

Negative King Pin Angle

info csu4
!
alg_info_csu4
Front and rear tires heat up quicker and therefore become faster grip if the upper side of the wheels are set slightly to the inside. Through displacement of the centrifugal forces in curves you also become a better tire support having a negative king pin angle.